Groene Kikkerroute

wandelen-kikkerpadStart: bij informatiepaneel halverwege de Kerkweg in Schoonrewoerd.

Lengte: wandeling van 2,5 km rond het Schoonrewoerdse Wiel.

Markering: rood gekopte paaltjes.

Toegang: ­opengesteld op paden voor wandelaars.

Honden: honden aangelijnd toegestaan.

Tip: bezoek aan Natuurcentrum De Schaapskooi in Schoonrewoerd (Hei- en Boeicop).

Welkom aan het Schoonrewoerdse Wiel

Het Schoonrewoerdse Wiel is in 1573 bij een doorbraad van de Diefdijk ontstaan. Juist bij dit soort landscheidingdijken ontstaan grote wielen. Bij een gewone rivierdijk is het alleen het rivierwater dat door de dijk breekt. Wanneer een landscheidingdijk doorbreekt, ligt daar een enorme massa water achter. Als zoveel water door dat gat stroomt, ontstaat een heel diep wiel. Het Schoonrewoerdse Wiel is een ideaal gebied voor eenden. Rond het wiel is een heel gevarieerd landschap ontstaan. De afwisseling van zand, klei en veen in de bodem maakt een wisselend landgebruik mogelijk. Boomgaarden worden afgewisseld met weilanden, hooilanden en grienden. Op natte plaatsen vinden we wat rietveldjes en op de droge stukken liggen akkers en moestuinen. Sommige voormalige grienden zijn nu beplant met populierenbosjes.

1. Rond het wiel

Bij een dijkdoorbraak wordt rond het wiel is klei en zand afgezet. De bodem ligt daar dan wat hoger. Het zijn ideale plaatsen om een boomgaard of een akker op te beginnen. Die akkers, die meestal niet zo groot zijn, dragen bij aan de variatie in het landschap rond het wiel. Juist die variatie is belangrijk voor de natuur.

2. Grienden rond de Diefdijk

Voor de aanleg van de dijk is de klei van het land afgegraven. Zo kwam het onderliggende veen bloot te liggen. De bodem, die daar veel armer en natter is, werd als hooiland gebruikt. Soms plantten de boeren er grienden aan. Op nattere plekken (kleiputten) ontstonden rietlandjes. De meeste grienden rond de Diefdijk zijn aan het begin van deze eeuw aangeplant. Wilgenstekken werden in de grond gestoken en na vier jaar laag boven de grond afgehakt. Wanneer dat elk jaar gebeurde, konden de wilgentenen worden gebruikt om manden van te vlechten. Driejarig hout gebruikte men onder andere voor het maken van hoepels (om tonnen), bonenstaken en betuningen (afrasteringen).

3. De klomp hangt aan de wilgen

Na de oorlog zijn veel van de grienden verdwenen. Sinds er met kunststof wordt gewerkt, is het griendhout voor het maken van hoepels niet meer nodig. De grienden werden ingeplant met populieren. Het hout daarvan was al snel kaprijp en vergde minder onderhoud dan de grienden. Van het hout werden klompen gemaakt.

4. Een hoge dijk naast een diep wiel

Het Schoonrewoerdse Wiel, Wiel van Bassa of Kruithofwiel is bij de dijkdoorbraak in 1573 ontstaan. Het is één van de grootste wielen van Nederland. Na de dijkdoorbraak is de Diefdijk in 1578 flink opgehoogd, waardoor hij nu zeven meter boven NAP ligt.

De Diefdijk is een landscheidingdijk die tussen de Vijfheerenlanden en de Neder-Betuwe in Gelderland ligt. De rivier ligt hier een heel eind vandaan. Toch is de dijk echt bedoeld om de rivier tegen te houden. Wanneer de rivier stroomopwaarts door haar dijk breekt, stroomt het water door de polder verder. Bij een dijkdoorbraak in Gelderland stroomt het water dan in deze richting. Dat dat wel eens gebeurde, blijkt uit de drie wielen die langs de Diefdijk te vinden zijn.

5. De vergaderzaal van het college

Het Dordtse Huis is het logement van het dijkcollege van de Alblasserwaard. Hoewel de Alblasserwaard een eind verder ligt, hadden ze toch belang bij de Diefdijk. Wanneer de Diefdijk doorbrak, raasde het water in de richting van de dijk van de Alblasserwaard. Door samen met de Vijfheerenlanden een hele goede dijk te bouwen, werd geprobeerd ook de Alblasserwaard te beschermen. Bovendien waren de onderhoudskosten op deze manier veel lager.

Het college moest regelmatig een eind reizen om hier te vergaderen en een blik op de dijk te werpen. Ze hadden behoefte aan een vergaderruimte en een plaats om te overnachten. Het Dordtse Huis is om die reden in de achttiende eeuw gebouwd. Het is net als de zeventiende eeuwse boerderij De Kruithof eigendom van het Zuid-Hollands Landschap.

6. Kleine amfibieën

Vooral in de winter zijn nonnetjes, wintertalingen en tafeleenden rond het wiel te vinden. In het schone water kan van alles leven. Vissen zwemmen tussen de waterplanten, waarop kleine en grote watersalamanders hun eieren hebben gelegd. Natuurlijk vinden we daar ook onze Hollandse trots, de groene kikker die in de korte zomernachten zijn boerennachtegaalconcerten geeft. Maar ook de bruine kikkers en de heikikkers zoeken het water op voor het afzetten van hun kikkerdril.

7. Fladderen langs de dijk

Dijkhellingen kennen veel verschil in klimaat. Daardoor kunnen er veel verschillende planten leven. De planten die tegen een stootje kunnen, leven op de donkere, koude noordhelling. De planten die behoefte aan warmte en licht hebben, zoeken de zuidhelling op. ’s Zomers, als de dijk in bloei staat, zijn het vooral de vlinders die er vrolijk rondfladderen.

8. Toch een rivier bij de dijk?

De grote rivieren hadden nogal wat kleine zijriviertjes die overal door het land liepen. De meeste zijn intussen verdwenen door verzanding en bedijking. Rond die riviertjes is zand in de vorm van oeverwallen afgezet.

Dankzij de komst van de watermolen is het redelijk gelukt om de polders droog te houden. Het veen en de klei in de polders zijn daardoor in gaan klinken. De polder is dus door het bemalen gaan zakken. Het zand van de oeverwallen klinkt niet in. De oeverwallen liggen dan ook een stuk boven de rest van het landschap. Het stevige zand vormt een ideale ondergrond om huizen op te bouwen of om wegen op aan te leggen. Het dorp Schoonrewoerd en de Kerkweg, waar we nu op lopen, liggen op zo’n zandrug. Naast de boerderijen werden boomgaarden op het zand aangelegd.

9. Struikel niet over de appelboom!

Rond het Schoonrewoerdse Wiel komen nogal wat boomgaarden voor. Duidelijk is het verschil te zien tussen de ouderwetse en de nieuwe fruitbomen. De oude hoogstamfruitbomen zijn meters hoog. Alleen de appels aan de laagste takken zou je – en dan nog met moeite – zonder ladder kunnen pakken. De moderne laagstamfruitbomen halen maar net de twee meter. Hier kun je de hoogste appels nog net pakken zonder ladder. Sommige oude boomgaarden worden onderhouden door de Natuur- en Vogelwacht De Vijfheerenlanden. Het onbespoten fruit wordt onder andere verkocht bij Natuurcentrum De Schaapskooi.