 |
Natuur- en Vogelwacht "de
Vijfheerenlanden" |
 |
Meinweg - Limburg
15e wandeling met Leo Koster
In 1995 heb ik leden van de Natuur- en Vogelwacht De Vijfheeren-landen uit Schoonrewoerd voor de eerste keer mogen rondleiden in het fraaie, geaccidenteerde Meinweg gebied welk in dat jaar de status van Nationaal Park kreeg. In de afgelopen 14 jaar werd dit gebied door uw vereniging drie keer bezocht. De 15e excursie wilde ik ook weer laten beginnen in de Meinweg. De datum is 24 mei 2009. We starten om 9.30 uur bij rijstal Venhof te Herkenbosch, de tocht zal ongeveer 12 km lang zijn, er wordt geen café/restaurant aangedaan, de paden zijn goed begaanbaar. Iedereen loopt mee op eigen verantwoordelijkheid en risico. Rond 16.00 uur zullen we weer bij Venhof terug zijn.

We wandelen deels over dezelfde route die we ook in 1995 hebben gelopen, we zien de IJzeren Rijn (historische spoorlijnverbinding), een glimp van de Bosbeek met een deel-populatie van de gewone bronlibel en waarin zich een uiterst kleine populatie beekprik weet te handhaven, diverse vennen en heide-vlakten. Het nationaal park de Meinweg en tevens Stiltegebied staat bekend om zijn amfibieën en reptielen, maar ook om zijn breuken en de daarbij horende terrassen. In het Meinweg gebied komen 5 soorten reptielen voor te weten de adder waarmee het niet goed gaat, de gladde slang die in opmars is, de hazelworm (de meest onbekende soort) doet het hier redelijk tot goed, met de zandhagedis gaat het goed terwijl de aantallen van de levendbarende hagedis blijven schommelen. Alles wat groeit, zingt, bloeit, vliegt en kruipt zal onze aandacht krijgen.

Het startpunt is te bereiken door vanuit Roermond richting Herkenbosch c.q. Wassenberg te rijden. Ter hoogte van Herkenbosch moet men naar links richting rijstal Venhof, e.e.a. staat ook aangegeven door middel van borden langs de weg Roermond-Herkenbosch.
Het hoogste terras wordt het Meinweg plateau genoemd waarbij de Rijn met zijn vele vertakkingen een belangrijke rol heeft gespeeld, verder is ze ontstaan door opheffing langs de Zandbergstoring. Voor de andere terrassen is de Maas van essentieel belang geweest. Door een kanteling, het oosten werd meer opgetild dan het westen, moest de Maas steeds meer westwaarts stromen en werd veel sediment opgenomen en door de Maas weggevoerd. De grenzen van die diverse terrassen lopen min of meer evenwijdig aan de diverse breuken in dit gebied.

In 1389 werd de Meinweg nog een groot bos (grand bois) genoemd, ± 1800 was de Meinweg een heidegebied met maar weinig hakhout. Hakhoutbeheer bestond uit het kappen van 7-12 jaar oude scheuten/takken van een boom, dit duurde tot in de 18e eeuw. Van ongeveer het jaar 1500 wordt de Meinweg in schriftelijke bronnen genoemd en wordt het benut door de ingezetenen (gerechtigden) van 12 dorpen (waarvan 6 Duitse) en 2 steden voor het kappen van hout, het maaien van heide en het weiden van vee. Bos was destijds de belangrijkste grondstof en energiebron. Varkens, een belangrijk onderdeel van de veestapel, werden in de herfst naar de bossen gedreven (eikels en beukennootjes). Voor een vakwerkhuis was in de middeleeuwen voor de staander en het dak 12 eikenbomen nodig. Ten einde het gebruik van het bos te reguleren werden reglementen (waldrollen) opgesteld.

In de late middeleeuwen beschikte de Meinweg naar alle waarschijnlijkheid of geen of nauwelijks opgaande bomen, maar enkel hakhout. De gerechtigde mocht op de bosdag éénmaal naar de Meinweg rijden om 1 wagen hout te kappen. Hij mocht slechts 4 of 8 takken kappen. Degene die twee keer met wagen of kar op de Meinweg verscheen kreeg een boete. Een arme sloeber die slechts over een kruikar beschikte of zelf het hout moest dragen mocht tijdens de bosdag 2 x hout kappen. Men mocht niet meer hout kappen dan men kon meenemen, ook mocht men het gekapte hout niet de volgende dag ophalen. Ook was het verboden (1698) om de karren halverwege af te laden en dan nog eens naar de Meinweg te gaan. Rond 1550 waren er 6 bosdagen, in 1633 beperkt tot 3 per jaar (drie voor ploegers dat zijn geërfden met paard en wagen) en 3 voor keuters (geërfden zonder paard en wagen). Tegen het einde van de 17e eeuw was er nog maar één bosdag. In 1662 werd de Meinweg in 12 parten verdeeld, ieder jaar zou een gedeelte gekapt worden, op deze wijze trachtte men rekening te houden met de regeneratiecyclus van het eikenhakhout.
Vriendelijke groet en tot 24 mei 2009;
Leo Koster.
|
|
|
|
|
Postadres:
Postbus 126 - 4130 EC Vianen
Adres Schaapskooi:
Natuurcentrum 'DE SCHAAPSKOOI'
Overboeicop 15
4145 NN Schoonrewoerd
Tel. 0345-641201
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Openingstijden:
De Schaapskooi is geopend van april tot eind oktober van woensdag tot en met vrijdag van 13.00 - 16.00 uur.
De zondagen in juni, juli en augustus van 13.00 - 16.00 uur.
Verder het gehele jaar op donderdag van 19.00 - 22.00 uur.
zaterdag van 9.00 - 16.00 uur.
|
|
|
|
|
|