Excursie
Zeeland
21 augustus 2005
o.l.v.
Eduard Polfliet
Op naar de Heerenkeet
- een zwerftocht door Zeeland.
Zeeland bezoeken we twee keer per jaar, in de winter en in de late
zomer. Natuurlijk om de wintergasten te ontmoeten en in augustus de
vroege doortrekkers. Er zijn overigens redenen genoeg om Zeeland vaker
te bezoeken, want het is er aangenaam vertoeven en voor vogelaars een
eldorado. Bovendien is daar de Heerenkeet.
De
Heerenkeet is een oud etablissement, op de dijk geplakt en blinkend wit
geschilderd, tenminste aan de buitenkant. De binnenkant is aangenaam
bruin, deels door de inrichting, maar ook door vele jaren rookplezier
middels pijp en sigaar. Nu is het roken verbannen naar het terras, maar
het interieur zal nog lang getuigen van de voormalige aanwezigheid van
vissers en zeerobben. Men ziet ze daar zelden nog die eerlijke
ambachtslieden, wel fietsers en natuurlijk vogelaars.

De
Heerenkeet ligt volkomen verlaten op de dijk, niets in de omgeving wijst
op verdere bewoning, terwijl die er toch wel is. Maar op een of andere
manier weet het restaurant (want dat is het) de schijn te wekken geheel
in de verlatenheid te zijn gesitueerd. Aan de ene kant de polder en aan
de andere kant de Oosterschelde. Bovendien ligt het aan een haventje,
dat de naam eigenlijk niet mag dragen, want zeer onbeduidend in omvang
en bovendien bij eb immer droog gevallen. Ik heb er nooit een bootje
gezien! Een heerlijke plek de Heerenkeet (en het haventje natuurlijk).
In
de nazomer bezoeken we dat deel van Zeeland (de eerlijkheid gebied te
vermelden, dat we ook een deel van Zuid Holland bezoeken) met namen als
de Hellegatsplaten, Rammegors, het dijkwater bij Sirjansland en de
Prunjepolder / plan Tureluur. Het zal niet verbazen, dat dergelijke
namen veelbelovend zijn voor in ieder geval een welgevulde dag.
Bovendien ligt aan het eind van de dag de Heerenkeet op ons te wachten.

12
vogelaars reden keurig achter elkaar naar Numansdorp (ook een fraaie
naam). Het weer was en bleef goed. Een zonnetje, weinig wind en een
aangename temperatuur. Via Numansdorp bereiken we middels de parallelweg
over de dam de Hellegatsplaten en de daar gelegen vogelobservatiehut De
Kluut. Vreemd genoeg zagen we daar geen kluten, op andere locaties waren
er honderden. Wel waren groenpootruiters, kemphanen, zilverreigers en
erg veel witgatjes te zien. Een jonge havik zat in een boompje en
besloot een witgatje te verschalken. Het witgatje was sneller!

Bij de vogelhut “de Visarend”, zagen we inderdaad een visarend. Slechts
een, maar toch onmiskenbaar een visarend, zodat de hut haar naam waardig
was. De visarend, op een paaltje gezeten, had ons weinig te bieden. Het
dier bleef zitten en bleef druk doende de veren te poetsen. De aanblik
van twee reuzensterns (formaat grote meeuw) bracht enige opwinding onder
het gezelschap teweeg. Jammer genoeg bleven ook de reuzensterns rustig
zitten, zonder ons het genoegen te verschaffen hun spectaculaire
duikvluchten te tonen. Dat moet volgend jaar dan maar. Een bruine
kiekendief en een boomvalk waren er ook en dan nog eens honderd of meer
lepelaars. Natuurlijk honderden eenden, die er in deze tijd nogal
slordig uitzien.

Bij Sirjansland bevindt zich een plas (Dijkwater), waar de weg
tussendoor loopt. Daar waren ook weer veel witgatjes te zien en verder
groenpootruiters, oeverlopers, tureluurs, kemphanen. Een enkele doodaars
en een stuk of acht geoorde futen (adulten en juvenielen), vaak nog mooi
op kleur. Zowaar vloog een ijsvogel langs.
Nu
werd het tijd voor een eerste bezoek aan de Heerenkeet, waar wij op het
terras in het zonnetje van een verfrissingen genoten. We reserveerden
direct voor het gehele gezelschap een tafel voor het diner, want de
kaart was als vanouds veelbelovend. Alleen het aanvangsuur moesten we
nog even vaststellen. Dat bleek een levendige discussie op te leveren.
Tussen 16.30 en 19.30 uur werden diverse opties genoemd. Dat schoot niet
erg op! Zeer vroeg en erg laat vielen af. 17.00 en 18.00 bleven over.
Het werd dus 17.30 uur, uiteindelijk tot volle tevredenheid van
iedereen. Het haventje stroomde langzaam vol door de opkomende vloed.
De
Prunjepolder en het plan Tureluur, strategisch gelegen bij de Heerenkeet,
waren het slotstuk, tevens hoogtepunt van de dag. Door tijdgebrek
moesten we de Rammegors jammer genoeg overslaan, maar daar ligt de
Heerenkeet dan ook niet!Te veel om op te noemen, dus een greep uit de
vele soorten, die we daar zagen :Honderden rosse grutto’s, vele kluten
(daar wel!), zwarte ruiters, (natuurlijk) groenpoten, steenlopers,
oeverlopers, goudplevieren, lepelaars vlakbij, paapjes, tapuiten en twee
wespendieven.
De
stompe toren van Koudekerke (fraai uitzicht over de Oosterschelde)
hebben we ook nog bezocht. Het was echter hoge vloed, zodat de platen
overspoeld waren en dus geen zeehonden konden laten zien. Er waren wel
tuimelaars, maar die zagen we ook niet, omdat de heer, die ze wel zag,
dat pas vertelde toen ze weer verdwenen waren. Een aardige tip!

Aansluitend zochten we rust op de door ons zo gewaardeerde
hoogwatervluchtplaats De Heerenkeet. Weer bij het haventje (er was nog
steeds geen bootje) zagen we tamelijk grote vissen. Even dacht ik, dat
ze wellicht eens op een bord zouden komen, maar bij navraag bleken het
harders te zijn. Gelukkig voor de harders had de Heerenkeet ze niet op
het menu. Veel kleine visjes schoten door het haventjeswater en toen
begrepen we waarom we hier vorig jaar steeds een ijsvogel zagen.
Eduard Polfliet