Excursie Sint Pietersberg op 24 juli 2005
o.l.v. Leo
Koster
Naar het diepe Zuiden.
Zondag 24 juli 2005 was IVN gids
Leo Koster onze gastheer gedurende een dagvullend programma.
Inmiddels voor de elfde keer
bezochten wij Limburg onder zijn inspirerende leiding. Onze Leo,
want zo mogen wij hem stilaan noemen, heeft een indrukwekkende
kennis van al wat leeft op, onder en boven het Limburgse land.
Dit jaar wandelden wij op en rond de Pietersberg, op de grens
van Nederland en België.

Hoe schoon is ons Limburg? Dat
viel wat tegen. Ik ontwaarde nogal wat zwerfvuil op de flanken
van de berg. Bovendien was de route gemarkeerd met hondenpoep.
Hoewel ik in het algemeen warme gevoelens koester voor de hond,
geldt dat niet voor de afgewerkte producten van de
voederindustrie, die onze vrienden noodzakelijkerwijze eens
moeten verlaten. Deze uitwerpselen noopten ons veelvuldig
vreemde sprongen te maken. Hoewel een koddig gezicht, want 17
wandelaars, namen toch een paar van ons hun
verantwoordelijkheid, door voor de groep uitlopend, de anderen
attent te maken op weer een restant van de hondenmaaltijd. Dat
bracht wat rust op de route.
Overigens zijn zwerfvuil en
hondenpoep in onze natuurgebieden niet beperkt tot Limburg.
Alleen in het buitenland tref ik zelden deze vorm van
afvallozing aan.
Met schoon bedoelen de
Limburgers, meen ik te weten, mooi. En het was mooi, vooral rond
de Pietersberg, want de berg zelf is deels geamputeerd door het
graafwerk van de Enci.

Vanaf de parkeerplaats bij
kasteel Neerkanne (veel aronskelken) voerde Leo ons langs het
kasteel (op een vlinderstruik zagen wij een koninginnepage);
door de dorpjes Kanne en Neerkanne (veel horeca waar wij, gezien
het vroege uur aan voorbij moesten gaan); over de berg (steile
trappen); rond de afgraving (mooi uitzicht); naar een typisch
Limburgse boerderij, tevens museum voor oude agrarische
werktuigen en tenslotte naar een uitspanning (wij waren toe aan
een verfrissing en het regende).
Het was warm de eerste uren.
Juist de uren waarop geklommen moest worden naar de top van de
berg. De broeierige warmte deed vermoeden, dat het later op de
dag kon gaan regenen, hetgeen bleek te kloppen. Het kon ons (mij
althans) niet deren. Zo al van enig ongemak door regen sprake
mocht zijn, door de aanblik van de fraaie vegetatie kregen wij
geen gelegenheid in somberheid te vervallen. Bovendien eisten de
eerdergenoemde restanten van een bourgondische hondenmaaltijd
voortdurend onze aandacht.

Hoogzomer is de tijd van vlinders
en bloemen. De vogels hebben het met ons wel gehad. Ze vallen
niet meer op door zich te verschuilen in dicht gebladerte, maar
soms laten ze zich nog eens horen.
Wij hoorden wat gezang van de
geelgors, het gelach van de groene specht en zowaar zagen we een
bonte vliegenvanger en een boomklever.
Dan de vlinders! Al na 100 meter
wandelen een nachtvlinder op het pad! Zelfs voor Leo een
onbekende soort. Een naslagwerk werd geraadpleegd en de
gestippelde houtboorder kon worden bijgeschreven. De reeds
genoemde koninginnepage op de vlinderstruik, een gehakkelde
aurelea (ook op de vlinderstruik), een atalanta (bij de
vlinderstruik), witjes en blauwtjes (overal) en tenslotte een
Spaanse vlag (beervlindersoort) en een wespvlinder.

Door Natuurmonumenten (eigenaar
van het gebied) zijn her en der wat bloemrijke velden aangeplant
met voor vlinders aantrekkelijke plantensoorten (bijvoorbeeld
luzerne). Merkwaardig genoeg zagen wij de fraaiste vlinders
juist buiten deze gebiedjes.
In het hele natuurterrein zijn
interessante planten te vinden, vaak gebonden aan een kalkbodem.
Enige droge zonnige hellingen
waren bezaaid met kleurige bloemen. Onder meer wilde marjolein,
aardaker, hokjespeul, agrimonie en de zeldzame
kalketrip (een composiet). Zagen we ook het donderkruid?
Wellicht, maar de meningen verschilden.
Verder voerde de wandeling, nu
over een weide waar fris geschoren mergelland schapen wat
treurig in de regen voor zich uitkeken, hoewel Natuurmonumenten
juist doende was de dieren te voorzien van een extra hapje. Het
gebodene kon kennelijk niet de goedkeuring van de mergellanders
verkrijgen, want de animo bleek gering. Mogelijk hadden ze al
een voortreffelijke lunch genoten, of kenden ze juist het
extraatje maar al te goed! Gezien de met keutels bezaaide grond
(we zagen nauwelijks nog gras) moeten de schapen overigens over
een goede eetlust beschikken.
Onnodig te zeggen, dat springen
ons niet meer kon helpen. Onze schoenen behoefden nadien een
stevige poetsbeurt.
In de uitspanning Slavante
(specialiteit : broodje mozzarella) konden we even bijkomen van
het klauteren, slenteren en bukken (ook de nietigste plantjes
werden diepgaand bestudeerd).

Onder een grote parasol gezeten
genoot ik een Gulpener, terwijl ik de regen een zeer oude beuk
zag teisteren. De enorme beuk zou helaas spoedig het leven
moeten laten. Niet door regen en storm, hetgeen je zou
verwachten in een gebied waar zo nu en dan in warme zomers
feesttenten bezwijken (de media doen hier meermaals gewag van).
Vrienden van de zeer oude beuk wisten te vertellen dat
kwaadaardige zwammen haar jarenlang hadden belaagd en het
sloopproces bleek nu onomkeerbaar.
Ongaarne verlieten wij Slavante,
op naar de parkeerplaats en het einde van de wandeling, maar dat
punt was nog een paar kilometer verder.
Onderweg kwamen we bij een
paddenpoel, bijna geheel bedekt met waternavel (een oeverplant).

Dergelijke speciaal gegraven
poelen bieden voortplantingsmogelijkheden voor onder andere de
geelbuikvuurpad, boomkikker en vroedmeesterpad.
Na passage van een brug over
een snelstromende en prachtig in het landschap gedrapeerde beek
bereikten we na korte tijd de parkeerplaats.
Een deel van het gezelschap
besloot na ampel overleg nog een bezoek te brengen aan het
Vrijthof in Maastricht. Op een terras, in de stromende regen,
maar gerieflijk gezeten onder aan elkaar geritste parasols,
bleek het dagmenu de hongerige wandelaars uitstekend te bekomen.

Terug naar de auto viel het mij
op, dat de gratis giften van onze zo gewaardeerde viervoeters
bijna allemaal van de straat waren verdwenen. Met dank aan de
overvloedige regenval!
Eduard Polfliet