 |
Natuur- en Vogelwacht "de
Vijfheerenlanden" |
 |
NESTKASTENWERKGROEP
Deze
werkgroep houdt zich bezig met het maken, repareren, controleren en
plaatsen van nestkasten in ons werkgebied. Door ’t plotselinge overlijden van Arie Vogel bestaat nog uit twee leden.
Na het broedseizoen van 2007 zijn er door ons 170 kasten in diverse gebieden gecontroleerd. Daar waren er 129 van bebroed, grotendeels door kool- en pimpelmezen, 10 door ringmussen, 1 waarschijnlijk door huismus, 1 kauw, 3 boomkruiper, 1 grauwe vliegenvanger, 1 waarschijnlijk door gekraagde roodstaart, 2 spreeuw, 2 holenduif. Omdat wij in ’t broedseizoen niet controleren, kunnen we alleen aan ’t type nestkast en aan het nestmateriaal een inschatting maken van welke soort er in een nestkast gebroed heeft. Ook andere dieren dan vogels maken gebruik van onze kastjes: soms kijken twee kraaloogjes je aan als je het deurtje open doet (muis). Vooral bij boomkruiperkastjes is dat ’t geval Dit jaar hadden we ook 7 wespennesten.
Als wij door de gebieden van Het Zuid-Hollands en Het Utrechts Landschap lopen, zien we natuurlijk ook wel ’t een en ander, zoals twee houtsnippen en ‘n ijsvogel in het Viaanse bos, een bunzing in Autena en een vos en reeën achter de Schaapskooi.
Piet Solleveld en Gerrit Zijderveld
De Nestkast:
Een nestkast bezorgt de eigenaar vaak heel wat uurtjes
kijkplezier. Door de moderne bouwmethoden, is er in de bebouwde omgeving vaak een tekort
aan holtes en nissen, waarin vogels kunnen broeden. Het ophangen van nestkasten is daarom
niet alleen goed voor het kijkplezier. Voor veel vogels vormen ze de enige geschikte
broedgelegenheid. Als u bij het ophangen van nesten voor kleine holenbroeders, zoals kool-
en pimpelmees, rekening houdt met onderstaande tips, hebt u de meeste kans op gelukkige
bewoners.
 |
De kast kan het best op een hoogte vanaf twee meter worden opgehangen |
 |
Niet in de zon hangen en bij voorkeur niet in de wind. Richt de opening daarom noordoost |
 |
Plaats de kast zo dat er geen katten bij kunnen |
 |
Plaats de kasten niet te dicht bij elkaar. Kasten voor de kool- & pimpelmees moeten
minimaal 3 meter uit elkaar hangen. Kasten van hetzelfde soort moeten minimaal 10 meter
uit elkaar hangen. Veel vogels hebben in de broedtijd een eigen territorium.
Nestgelegenheid te dicht bij elkaar leiden daarom tot onderlinge ruzie en dat kost de
vogel onnodig veel energie. |
 |
De kast liefst voor maart ophangen, bij voorkeur al in de herfst. Dan kan hij in de
winter als slaapplaats dienen. |
 |
Het is belangrijk om de kasten goed schoon te maken. In oud nestmateriaal zitten vaak
parasieten. Schoonmaken doet u namelijk nadat de jongen zijn uitgevlogen. Het is
verstandig de kast ook in het najaar nog een keer goed te reinigen. Het schoonmaken kan
gebeuren door de kast goed leeg te schudden. Eventueel kunt u een borstel en heet water
gebruiken. |
Broeden:
In de periode van 15 maart tot 15 juli zijn de meeste vogels bezig met de zorg
voor het nageslacht. Er zijn echter ook soorten die half maart al jongen hebben zoals de
bosuil of die in juli nog moeten beginnen met de nestbouw zoals enkele moerasvogels. Veel
zangvogels hebben twee en soms drie legsels per seizoen. Het aantal jongen per nest
varieert van vier of vijf bij merels tot wel 14 bij mezen. Jonge zangvogels blijven
ongeveer 2 tot 3 weken in het nest, daarna vliegen ze uit.
Pechvogels:
Vindt u een jonge vogels in uw tuin die er verweesd uitziet, laat ze dan vooral
met rust. Veelal zijn de oudervogel in de buurt en op zoek naar voedsel. Zodra u weg bent,
komen zij weer te voorschijn om hun jongen te voeren. Alleen als u er zeker van bent dat
de oudervogels niet meer terugkomen, mag u de jongen helpen. Bijvoorbeeld dor ze naar een
vogelasiel te brengen.
Heeft u nog meer vragen?
Wij de vrijwilligers van de Natuur- en Vogelwacht de Vijfheerenlanden willen u
graag helpen komt u langs in ons natuurcentrum. Donderdagavond en de gehele zaterdag zijn
we open. In de zomermaanden ook doordeweeks. Bel gerust 0345-641201. In ons winkeltje
verkopen wij ook verschillende nestkasten.

|